Pablo loop verslag

De Blomberg-kronieken: De vierde dag – een warm onthaal in Blomberg

Voor de laatste keer breken we de veldtent af. Het tempo waarin de tent in de afgelopen dagen is opgebouwd en weer afgebroken is verbazingwekkend. Het enorme gevaarte  van 6 bij 18 meter werd dagelijks in slechts een half uur neergezet, inclusief afspannen en inrichting met elektra en veldbedden. Het afbreken kost drie kwartier, en dit is voor een groot deel bepaald door het drogen en schoonvegen van het grondzeil.

Vanavond neme wij onze intrek in de Turnhalle in Blomberg. Vooral Rien van Ekeren verheugt zich daar op; hij weet dat daar grote dikke turnmatten zijn, waar je best met zijn drieen op kan slapen. Rien tegen mij: “Jij moet bij mij op het matje komen!” Mijn reactie is voor menigeen verrassend: “Rien, ik reken er op en verlang er nu al naar!” Ook ik was hier eerder en ken dus de turnmatten van 3 bij 3 meter. Toen wij hier waren voor de Nelkenlauf hadden wij beiden elk een turnmat voor onszelf. Wij `ijn toen overdwars gaan liggen.

Voordat het zover is wacht eerst de slotetappe: voor elk team 30 kilometer. Het is stralend weer en we hebben tot nu toe geen uitvallers. Dat is al een prestatie van betekenis. De middagploeg wordt na 3 kilometer opgewacht door een delegatie Blombergse run-bike-runners, die samen met ons gaan oplopen. De meesten hebben een mountainbike uitdossing en meteen blijkt waarom. Ze lopen geen meter en hebben niet voor niets hun mountainbike meegebracht. Het gaat meteen venijnig omhoog. Enkele Blombergers lopen wel: de een pezig en onvermoeibaar, de ander een ultraloper, dus iemand die aanmerkelijke langere afstanden loopt dan de marathon. Laatstgenoemde heeft vorige week net een marathon gelopen en blijkt daarvan gaandeweg nu toch de rekening gepresenteerd te krijgen. Eerstgenoemde blijkt uiteindelijk geen aflossing beschikbaar te hebben. We proberen dat binnen ons team op te lossen, maar helemaal lekker gaat dat niet omdat enkelen nu dubbele beurten moeten lopen. En dat is op het heuvelachtige parcours toch wat veel van het goede. Na wat strubbelingen sluiten we het laatste gedeelte gelukkig toch weer in stijl en gezamenlijk af. En genieten we van de schilderachtige omgeving. Op 1900 meter voor de aankomst zie ik nog kans om de achterband van Bert Benschop lek te trappen. Dat kost mij ’s avonds een Dunkele Weitzen.

Net buiten het stadje worden wij allerhartelijkst verwelkomd door Marlies Kuiters en Steve Sommeling die met een touringcar ons komen ophalen. Alle fietsen gaan de vrachtwagen in. Die hebben we niet meer nodig. Met de hele meute trekken we rustig hardlopend het stadje in, naar het raadhuisplein. Daar wacht ons een warm onthaal door een menigte waaronder de locoburgemeester van Blomberg, de burgemeester De Bruin en zijn echtgenote, gemeentesecretaris van Papendrecht Rob Beek, beleidsmedewerker van de gemeente Papendrecht Ardwil Goedegebuur, Wietske Pietersma van de jumelagecommissie en Chris Wijmans van RTV Papendrecht. Plus diverse partners van deelnemers die speciaal voor deze bijzondere gelegenheid hierheen zijn gereisd. Het is schitterend dat zij de moeite hebben genomen om onze uitzonderlijke, fenomenale prestatie te onderstrepen.

Het eerste wat wij doen na de begroetingsrituelen: schoenen en sokken uit en hup – de fontein in met onze oververhitte voetjes. Het ijskoude water voelt als een zegen voor onze onderdanen.

Daarna volgen toespraken. Apetrots is iedereen op ons. De rede van de Blombergse locoburgemeester is tweetalig. Elk bedankje wordt door ons met gezang en spreekkoren begroet. En natuurlijk ook de vertaling. “Sofort bekommen Sie ein kaffee” Anja Broere: “Mit torte?” Gejuich! Even later de tolk: “Straks bieden wij u een kopje koffie aan.” Anja : “Met taart?” Uiteraard wederom gejuich.

Burgemeester De Bruin uit in zijn toespraak eveneens de bewondering. Het begon allemaal bij een vluchtig idee van Jo Kortooms bij een biertje. Het is met nieuwe ideeen vaak zo dat ze meteen worden afgedaan door het noemen van bezwaren. In dit geval spraken wij af dat we niet naar de bezwaren kijken maar eerst eens kijken wat er wél mogelijk is. Ziehier het resultaat. Dat Passaat het allemaal werkelijkheid heeft gemaakt is een topprestatie. Het is fijn om te zien dat het Jo zichtbaar emotioneert. Ik wil daaraan graag toevoegen dat er wel meer waren die het niet droog houden. Niet van verdriet natuurlijk, maar van bewogenheid en blijdschap. We hebben met Passaat een grandioze vereniging, nietwaar?

Dan is het de hoogste tijd om ons intrek te nemen in de turnhalle, alwaar ik uitgewoond achterover op de turnmat stort, zoals al eerder aangekondigd: naast mijn goede Passaat-vriend Rien van Ekeren. Het zit er op. Het is volbracht. Door iedereen. Ook dat is prachtig.

De gastvrijheid van de Blombergers wordt onderstreept door koffie. Met taart! Onbeperkt. Kom maar op met die koolhydraten. En de koek is nog niet op: de avond biedt ons een magistrale en buitengewoon uitbundige barbecue. Hoera!

De volgende dag reizen we in een comfortabele touringcar terug naar Papendrecht. Menigeen maakt een deel van de reis niet mee. De luiken vallen namelijk al snel dicht. Het herstel is begonnen.

Uw razende reporter was erbij en berichtte graag voor u en voor ons. We zullen het nooit – nooit meer vergeten.

Het liep lekker met Passaat.

Een hartelijke, sportieve groet van Dick Markesteijn


De Blomberg – kronieken: De derde dag: organisatorische chaos in Team Detmold.

We zijn pas toe aan de derde dag van ons evenement, niettemin draait de organisatie als een geoliede machine. Het Team Logistiek, bestaande uit Anja van der Bor, Arend Bannink, Daan Everaerts en Ben Rietveld, is als eerste uit de veren zodat het ontbijt om 7 uur klaar staat.  Door de routine zit het tempo er al flink in, zodat het vandaag om half zeven al klaar staat. Het team Detmold is al even gedreven en zit al aan tafel voordat de boterhammen goed en wel tevoorschijn zijn getoverd. Terwijl de middagteams nog maar net uit de veren zijn, klinken de fietsbellen. Team Detmold staat een half uur voor schema al klaar. Men trappelt om te starten. De fanaten. Een warming-up is er niet bij.

Al n]snel blijkt dat het beter ware geweest om even rustig op gang te komen. Het team bestaande uit Joseph Vogelezang, Rien van Ekeren, Wilfred Schippers, Henk van der Leer, Bianca Jongbloets en Rob Bisschop, blijkt al snel de eerste steken te laten vallen. Een van de teamleden wipt – bij een loperswissel - een trui van de bagagedrager, waarna men kilometers later tot de ontdekking komt dat Joseph een jas mist. Team Dieren is een half uurtje later gestart en meent in het bos een dood beest op het bospad te zien. Naarmate men nadert blijkt het gaandeweg steeds meer op een jas te lijken. Nu blijkt dat men elkaar bij Passaat al aardig kent, want Team Dieren legt meteen de associatie met hun clubgenoot Joseph Vogelezang. Onze Joseph heeft intussen het gemis van zijn jas ontdekt, want die is kennelijk ongemerkt van de bagagedrager gevallen. Hij draait zijn stalen ros resoluut 180 graden en begint aan de terugweg op zoek naar het kleinood. Na 2,5 kilometer wacht hem een aangenaam weerzien met Team Dieren én met zijn jas. Eind goed, al goed?

Op een gegeven moment kan het gebeuren dat Wilfred een plas moet. Hij posteert zijn fiets naast die van Joseph die zojuist moet wisselen met een loper. De precieze gang van zaken is aan de razende reporter uitvoerig uit de doeken gedaan, die er geen touw meer aan kon vastknopen. Feit blijft dat Rien – de wegkapitein van Team Detmold - tot de ontdekking komt dat Wilfred is achtergebleven, waarna hij Bianca als verkenner terugstuurt tot op de plek waar Wilfred het laatst is gezien. Bianca vindt hem niet en fietst de longen uit haar lijf om het inmiddels verder getrokken team bij te halen, met een onheilspellende mededeling. Wellicht heeft zij niet op de goede plek gezocht? Zij wordt andermaal teruggestuurd, opnieuw vergeefs. Nu wordt alles onduidelijk. Hoe het verder gegaan is? Vraag het hen zelf. Zeker is dat Wilfred een turbo-pitstop heeft gemaakt, op een fiets is gesprongen, de meute voorbij is gesneld en een voorsprong nam om op tijd zichzelf als loper te kunnen presenteren langs de kant van de weg. En van lieverlee vanzelf weer is herenigd met zijn teamgenoten. De organisatorische chaos is gelukkig tijdig weer opgelost en alle schaapjes arriveren moe en voldaan na 50 kilometer bij het wisselpunt met de middagploegen. Over de chaos wordt met geen woord meer gesproken, dat is namelijk allang vergeten. Men heeft het louter over de prachtige, glooiende route, de idyllische bospaden en de sportieve prestaties.

Team Dieren geniet eveneens van de mooie omgeving en memoreert nog eens de bospaden waarvan er enkele zo smal waren dat het zelfs kon gebeuren dat Gerben Eijkelenboom een diepe kuil niet kon ontwijken, daarin dook met de fiets en prompt klemvast kwam te zitten als ware het een eerste klas fietsenrek.

Trouwens toch een bijzondere ploeg, dat Team Dieren. Het bestaat uit Hans de Waard, Gert Schut, Henry Wolterink, , Christa Duk, Jan Sterrenburg en eerder genoemde Gerben. Het is puur uit voorzorg om Gerben een beetje te sparen; we hebben er namelijk niets aan om halverwege deelnemers te verliezen door blessures. Presteren prima, maar niet als dat tot gevolg heeft dat iemand langdurig uit de strijd raakt door overbelasting. Nu zijn Jan en Christa van de fanatieke soort. Zij nemen gretig niet één maar twee kilometer per aflossing voor hun rekening. En dan niet in een wandeltempo he! Jan vertrouwt mij toe dat hij het nodig heeft om af te zien. Nou, die gelegenheid heeft hij op deze manier volop. En met zijn prima inhoud die hij in het marathon-project van Passaat heeft opgedaan is dit voor hem geen probleem. Zo komt iedereen aan zijn en haar trekken. Jan en Christa kunnen vier dagen buffelen; Gerben kan zich ook prima en verantwoord gedoseerd uitleven. Volgens ingewijden gaat hij tijdens dit evenement met de dag met sprongen vooruit, mede dankzij de motivatie en coaching die hij meekrijgt van zijn teamgenoten.

Het was weer een geweldig geslaagde dag van in totaal 100 gelopen kilometers. Nog 60 te gaan.

Auf wiedersehen, grusse aus Das Schnitzelparadies!

Dick Markesteijn


De Blomberg-kronieken: De tweede dag: na een onrustige nacht op weg naar Darfeld.

De eerste woorden in het verslag van gisteren waren: het is koud.Die vandaag zijn: het is bitterkoud! De verslaggeving van vandaag begint midden in de nacht. We liggen met ons allen in een grote veldtent in slaapzakken op veldbedden. Hetis nogal koud. Ehh… steenkoud! Het ijs staat op de tent. Binnen is het zelfs kouder danbuiten. En pikdonker. Rien is zojuist naar de wc geweest en zoekt zich op de tast eenweg en is drie bedjes te ver. “Wat ben je aan het doen Rien?“ “Ik zoek mijn bed.” Willem Boer: “Nu, dat is in elk geval niet hier!” Deze levenstekens zijn de aanleiding voor meer reacties. “Ik heb het zo koud” “Het is dat jij het zegt; ik durfde het niet te zeggen…” “Ik lig bibberend in mijn slaapzak; ik heb nog geen oog dicht gedaan!” Klappertandend: “Buiten is het minder koud dan hier binnen.” Joseph: “ik vond de deelnemersprijs al zo goedkoop.” “Het is hier een 4-sterren-hotel; mijn ijskast is ook vier sterren.” “In mijn koelkast is het warmer dan hier in deze tent!” “Mijn tas is leeg, ik heb alles aan.” Bianca giert het uit van het lachen en wordt op die manier toch een beetje warm. “Ik heb het zo koud, ik ben helemaal verstijfd. Ik kraak net zo hard als mijn bed” Rien er nog maar eens over heen: “Een masseur hebben we hier niet, wel een kraker!” En later bij het ontbijt: “ik heb bijna een half uur geslapen; 29 hazenslaapjes van een minuut”.

De omstandigheden deze nacht waren barbaars, maar de stemming is nog opperbest! Totdat iemand zegt: “Vannacht is het nog luxe met een verwarmde kantine, de komende avond hebben we alleen een afdakje.” We maken ons maar over twee dingen grote zorgen: de eerste is het effect op onze sportieve prestatie vanwege het collectief slaapgebrek en het tweede is over onze nachtrust in de komende nacht…. De ochtendteams zijn nog maar een paar kilometer onderweg en wat zien zij daar langs de weg: De Slaapspecialist. Deze was de afgelopen nacht van pas gekomen en had dus beter vijf kilometer naar het westen moeten staan. Even verderop is de weg dicht vanwege een rommelmarkt. Karretjes rijden af en aan met hoog opgetaste meubels. Iemand oppert dat wij voor wat leuke prullaria de vrachtwagen kunnen gebruiken. En vanuit Blomberg rijdt een touringcar terug; daar kan ook wel het een en ander in. Dan duikt Ric op met zijn volgwagen, waarna men de route maar gauw weer vervolgt. We fietsen rond met duidelijk herkenbare loopshirts van sponsor Phoenix uit Blomberg. Onderweg worden wij diverse malen nieuwsgierig aangesproken door toevallige passanten. Er blijkt zelfs iemand te zijn die vroeger in het kleine stadje Blomberg heeft gewoond. Een Kerstvrouw duikt op in het koolzaad. Het blijkt een van onze deelneemsters. Ik zal eens kijken of ik het mutsje kan bemachtigen. Afgelopen nacht had ik een ijskoud kaal bolletje boven de slaapzak uitsteken. Een Kerstmutsje komt goed van pas. Wie weet zitten er ook van die leuke knipperlampjes op. Die zet ik dan aan. Dan hoef ik mij geen zorgen te maken dat vannacht de een of andere dolende denkt dat mijn bedje leeg en beschikbaar is. zakken de tempo’s als een ouwe onderbroek. Maakt niet uit, we kijken om ons heen en we genieten. Het is mooi weer, de sfeer is goed en we hoeven niet te werken.

De route voor de ochtendteams leidt hen door de prachtigste bossen van Oost-Gelderland; de tweede helft van de middag is wonderschoon door de sprankelend gele koolzaadvelden, gevolgd door de eerste serieuze heuvels in de route. Een lichtere versnelling dan de 1 hebben we niet op onze fietsen en het is dan ook wonderlijk om te zien dat de lopers eerder boven zijn de fietsers. Alleen opvallend dat het laatste stuk “Willem Zwart-route” is. Het kan 16 kilometer zijn, het kan 18 zijn. We zijn op de laatste meters volgens het routeboek. Mijn wedstrijdoutfit gaat in de fietstas. Het zit er weer op. Dan in het routeboek de volgende vermelding: “Steek nu de weg over, klim dan 2,2 kilometer en op het kruispunt is de finish. Willem Boer en ik halen ons shirtje nog maar eens tevoorschijn. Kleine pasjes, knieen omhoog en dribbelen maar weer…

Met 46 kilometer in de ochtend en 55 kilometer in de middag is er weer een heerlijke sportdag voorbij. In totaal liepen we nu 210 kilometer. Nog 160 te gaan.

Eens te meer blijkt maar weer hoe gastvrij men is in Duitsland. We overnachten in Darfeld, in het sportcomplex van de plaatselijke voetbalvereniging. Er zijn nu geen sportactiviteiten, zodat er buiten ons niemand is. De beheerder heeft de sleutel gegeven aan onze voorzitter Jo Kortooms. Kennelijk de gewoonste zaak van de wereld. Het geeft ons eens te meer het gevoel dat wij overal heel welkom zijn. Mooi is dat. Tot onze grote opluchting blijkt de accommodatie aanmerkelijk comfortabeler dan wij tevoren hadden ingeschat. Bovendien is het ’s avonds redelijk bewolkt, waardoor het minder afkoelt. De verwachting is dat het 5 graden minder koud zal zijn vannacht. Wie weet kunnen we wat slaaptekort inhalen. Welterusten.

Met een hartelijke, sportieve groet,

Dick Markesteijn


De Blomberg kronieken: de eerste etappe naar Dieren

Het is koud. Het schijnt de koudste 16e mei te zijn sinds 1901. Een afvaardiging van de Gemeente Papendrecht, onder aanvoering van burgemeester De Bruin en wethouder sport Koppenol zijn in alle vroegte bij Passaat aanwezig om ons uitgeleide te doen. De burgemeester wijst met een priemende vinger naar het oosten alwaar een donkere wolk langs het zwerk drijft. “Kijk, de weergoden zijn niet heel gunstig, daar waar die wolk hangt, die kant moeten jullie straks op!” Verder heeft hij louter complimenten. Hij noemt onze run-bike-run-estafette naar de Papendrechtse partnerstad Blomberg ronduit historisch: “ Dit komt in de analen van de Gemeente Papendrecht!”

Er is een professionele organisatie voor nodig geweest om de run-bike-run voor te bereiden. Het ontstond met het simpele idee om een keer naar Blomberg te rennen. Burgemeester enthousiast, Passaat-leden enthousiast, en nu is het werkelijkheid. Het avontuur kan beginnen.

Er zijn vier teams geformeerd, elk bestaande uit vier of vijf lopers en een navigator. Eén loper loopt een kilometer, springt vervolgens op de fiets van degene die de volgende kilometer loopt. Zo loop je dus een kilometer, om vervolgens na drie of vier kilometer te fietsen en dan weer een kilometer te lopen. Elke ochtend lopen twee teams, die ’s middags worden afgelost door twee andere teams. De totale afstand die we overbruggen is 370 kilometer. We doen er vier dagen over. Dat wil dus zeggen dat elk team per dag 50 tot 60 kilometer aflegt.

Het team van de captains Hans de Waard en Gert schut lopen ’s ochtends, de teams van John Peter Kuntz en Margreet Janssen doen de middagsessies. Nadat de ochtendteams gestart zijn moeten de anderen wachten totdat ze naar het aflossingspunt worden gebracht. Terwijl we wachten in ons behaaglijke clubgebouw trekt een heftige hagelbui over. Al gauw blijkt dat beide teams de hele ochtend gelukkig geen noemenswaardige neerslag hebben gehad. Maar wel een stevige bries in de rug, waardoor een pittig tempo aangehouden kan worden.

De middagteams worden in stelling gebracht bij het treinstationnetje in Tiel-Passewaaij. Het is daar koukleumen geblazen. We zien onze razende reporter zelfs een tijdje in het busje zitten waarmee het hele span zojuist vanuit Papendrecht is aangevoerd. Men denkt dat hij daar blijft zitten en pas gemist wordt als men het dagelijkse verslag mist. Ha.

Zodra we zijn gestart lijkt het of de temperatuur behaaglijk wordt, maar dat is ongetwijfeld dankzij onze inspanningen. Mijn teamgenoten lopen in een rap tempo van tussen 4:00 en 4:30 minuten per kilometer. Ik kamp met een chronische rugkwaal, waardoor ik wijselijk een wat rustiger tempo erop na houdt. Echter, door de blazende rugwind is het toch aanmerkelijk sneller dan de 6:00 minuten per kilometer die ik mijzelf vooraf had opgelegd. Kijk, hard lopen tijdens een run-bike-run is niet zo’n probleem. Alleen, houden we dat vier dagen achtereen vol?

De passage door Tiel levert ons wat stress op. De route is onoverzichtelijk, de stad is druk en – het meest opvallend – auto’s stoppen NIET voor hardlopers. Het lijkt er eerder op dat men gas bijgeeft; iets wat wij in de Drechtsteden niet gewend zijn. Auto’s even tegenhouden als een loper oversteekt is hier geen aanrader. Ben Rietveld komt met een mogelijke verklaring van het ogenschijnlijk agressieve weggedrag. Bij ons ziet het altijd zwart van de hardlopers, altijd en overal. Misschien zijn ze dat hier niet gewend… Goed, met wat extra opletten en trouw halt houden bij rode stoplichten lossen we het soepel op. De uitstekende navigatie van Marion van Eck en Margreet Janssen doet de rest. Marion kondigt aan even verderop te gaan verkennen bij een rotonde, maar bedenkt zich, want haar partner Marcel loopt juist op dat traject. “Het heeft geen zin, want als ik vooruit ga fietsen, dan gaat Marcel mij achterna”. Met hun relatie is het blijkbaar nog prima in orde.

Het heldere, half bewolkte weer levert ons op de oneindig lange dijk richting Heteren schitterende vergezichten met Hollandse wolkenluchten op. We genieten. Na het 20 kilometer-punt zien we aan de andere kant van de Rijn de eerste heuvels: de Utrechtse Heuvelrug en de Grebbeberg. Wij blijven tot Arnhem aan de zuidkant van de Rijn en lopen dan noordwaarts door Velp, onder de A12 door, richting  Rheden en Dieren.

Totale afstand vandaag 111,5 kilometer. Het aantal pechgevallen blijft gelukkig beperkt: twee lekke banden in de slotfase voor Team Blomberg

Het bosrijke Dieren ziet er aanlokkelijk uit. Het is mij duidelijk dat dit voor mijn bescheiden financiele status geen haalbare vestigingsplek is. In Papendrecht hebben wij rijtjeshuizen, hier begint het met vrijstaand.  Trouwens, ik wil het ook niet. Dan moet ik ook een atletiekvereniging hier zoeken. En deze plaats heeft een partnergemeente in Turkije. Ik moet er even niet aan denken om daarheen te moeten run-bike-runnen! Moet je ook nog de onherbergzame Rhodopi-bergen over, als een soort Hannibal. Nee, ik zweer eeuwige trouw aan ons geliefde Passaat!

Vooraf word ik ondervraagd door Chris Wijmans van RTV Papendrecht. Of ik mijn verslagen dagelijks doormail? “Dat hangt ervan of wij een open Wifi-verbinding kunnen vinden.” “Maar de meeste hotels hebben dat toch wel?” “Nou Chris, wij zitten niet in hotels. Wij hebben een grote veldtent in de vrachtwagens liggen met 35 veldbedden.” Het Spartaanse karakter van onze onderneming is daarmee meteen duidelijk. 

 

Ons eerste bivak is bij de gastvrije voetbalvereniging Gazellen in Dieren, alwaar de rijke spaghetti al snel tot op de bodem is opgegeten. Wij kunnen ons opmaken voor ons eerste nachtje met zijn allen in de tent. Volgens Frank Cirk is de run-bike-run geen probleem, de uitdaging begint pas bij de overnachting. Ik ben benieuwd hoeveel gevallen van kramp de deelnemers vannacht uit hun slaapzakje zullen doen jagen . Ik verheug mij er nu al op. Tot morgen!

Vanuit Dieren,

De razende reporter van AV Passaat, Dick Markesteijn

Huis 1 Huis 2 Huis 3
ontwerp: Avant